Sluitgewicht
 

Een sluit- of pijlgewicht bestaat uit een reeks in elkaar passende kommetjes.
Elk onderdeel is een gewicht en ook alle onderdelen bij elkaar zijn dat.
Het voordeel van deze gewichtsvorm is het compacte geheel dat gemakkelijk te transporteren is, zonder dat je onderdelen verliest. Het nadeel is de grotere slijtage tijdens het gebruik, ten opzichte van de "normale" gewichten.

In de Romeinse tijd was deze gewichtsvorm al bekend, maar in Nederland worden Romeinse sluitgewichten zeer zelden gevonden. In de late middeleeuwen, omstreeks 1250, verschijnt deze gewichtsvorm opnieuw in Nederland en ontwikkelt zich verder. Vanaf omstreeks 1500 veranderde er niet zoveel meer aan de vormgeving van het sluitgewicht.

In Nederland werd vanaf 1820, tegelijkertijd met de invoering van het metrieke stelsel, een nieuw sluitgewicht ingevoerd, geënt op een in Frankrijk gangbaar model dat nagenoeg onversierd was. Dit model werd allengs minder geproduceerd en de laatste exemplaren en vervangende onderdelen werden in de jaren 1855-1888 gemaakt, terwijl omstreeks 1912 de laatste exemplaren werden herijkt.

De gangbare groottes van de voor-metrieke sluitgewichten in Nederland zijn:
1/4 - 1/2 - 1 - 2 - 4 - 8 - en 16 pond. Er zijn ook kleinere en grotere exemplaren bekend maar die zijn schaars.
De metrieke Nederlandse sluitgewichten zijn bekend in 100 - 200 - 500 - en 1000 gram, terwijl er tot nu toe slechts enkele (zes) exemplaren van 2000 gram bekend zijn. Hierbij dient opgemerkt dat er tot op heden slechts één 2 Nederlands POND KIL geheel compleet in zijn originele samenstelling is aangetroffen.