Regionale ijkmeesters

01. Bergen op Zoom (Markizaat) en Heerlijkheid Borgvliet.
Op 24 december 1759 werd hier een ordonnantie en reglement op de ijk uitgevaardigd. De ijk vond om de drie jaar plaats, kleine koperen gewichten, zoals de inhoud van een sluitgewicht, werden niet geijkt maar voorzien van een 'notitie' waarvan de 'dubbelt' aangegeven werd (wat is een Heerlijkheid klik hier).

02. Drenthe
In de 'Orde en reglement voor Ykmeesters in de Landschap Drenthe' van 14 maart wordt bepaald; 'De ijkmeesters zullen alle twee jaaren een generale Yk ieder in zijn district mogen doen en de ingezetenen alsdan gehouden weesenalle matten / ellen en gewichten die meer als een jaar te vooren geykt zijn te doen visiterenen heryken uitgenomen de gewigten van koper of metaal die alleen om de vier jaaren de visitatie en herykinge zullen subject weesen ten ware dezelve door byvoeginge vanlood of andere stoffen op haar juiste gewigte gebragtwaaren in welken gevallen onder de classe van loden of yzere gewigten zullen gerekend worden'

03. Friesland
Zoals blijkt uit de verhandeling van J.H. van de Velde, indertijd IJker, Chef van Dienst van het ijkkantoor Leeuwarden, heeft men in Friesland reeds vroeg getracht om tot eenheid van maten en gewichten te komen. In werd hier ingevoerd de drogenmaat van Bolsward, de vochtmaat van Leeuwarden, de el van Workum en het Keuls gewicht.
Het trooise gewicht, dat in 1502 reeds was voorgeschreven voor de handel in goud en zilver werd in 1529 ook bij de gewone handel ingevoerd, maar daar later weer door het Amsterdamse pond verdrongen.
Bij deze eenheid van maten en gewichten sloot de gewestelijke organisatie van het ijkwezen aan; een ijkmeester-generaal werd in 1687 met het toezicht op de plaatselijke ijkers belast. Nadat in 1737 een tweejaarlijkse herijk van alle maten en gewichten was ingesteld werden in 1759 de bepalingen omtrent het toezicht van de generale-landschaps-ijkmeester, zoals hij nu heet, op de andere ijkers nogmaals aangevuld en herzien. Hun standaarden moesten om de twee jaar door hem woren geverifieerd. Het ijkmerk frisia boven twee naar links gaande leeuwen, is het merk van de Friese ijkmeester-generaal (zie afbeelding hieronder). Het komt voor op een pijlgewicht van 16 pond in het Fries Museum te Leeuwarden maar ook op een lodenblokgewicht uit 1684 in de collectie van internetmuseum oudegewichtjes.

  Friesland IJkmeesters-generaal
1656-1659 Funger Sickes
1659-1666 Melchior Lemmen
1666-1675 Pibe Wiaerda
1675-1691 Sixtus Siderius, een lodenblokgewicht uit 1684 (122 gram) bevindt zich in de
               collectie Internet-museum oudegewichtjes.nl
1691-1693 Gerryt Tjeerds
1693-1702 Jan Juckes
1702-1729 Martinus Simons
1729-1799 Tjetse Taeckes Smedingh
1799-       ? Claes van Tuinen.

04. Gelderland
Op last van de landdag van Gelre en Zutphen werd een regeling voor elk kwartier ontworpen. Zo in 1731 en 1734. Zij zijn waarschijnlijk nooit in werking getreden. Het kwam er op neer dat de verordening van de hoofdstad Arnhem ook op het platteland zou gelden.

05. Groningen (provincie)
In Groningen werd in 1731, door burgemeester en raad, een reglement uitgevaardigd op ' 't Yken de Gewigten, Ellen en Maten, in deze stad, beide Oldambten,'t Goregt en Sappemeer, Wedde,Westerwoldinge Land, Bellingwolde, Blyham en Pekel A, als mede Instructie voor den Yker dezer Stad'. De ijkmeester dezer stad was tevens ijkmeester voor de provincie, de kooplieden uit de stad moesten hun gewichten laten controleren in de twee eerste maanden van het jaar en de kooplieden in beide Oldambten enz. in de derde maand. Ook de helft van de boeten kwam hetzij aan de stadsarmen, hetzij aan de armen ter plaatse ten goede.

06 Meierij van 's- Hertogenbosch
Het ambt van ijkmeester-generaal in de Meierij werd ingesteld in 1649 na de Westfaalse vrede. In 1804 werd het ambt opgeheven (wat is een Meierij klik hier). De Meierij van
's-Hertogenbosch ressorteerde als Generaliteitsland, evenals Staats-Vlaanderen, rechtstreeks onder de Staten-Generaal. Het ambt van ijker in de Meierij komt voor op de 'Lyste van de kleyne Ampten, staende ter collatie van Hear Hoog Mog om by tourbeurten by de respectieve Provincien te vergeven'. In 1681 stelden de Staten-Generaal een ijkreglement vast. Ook al was er één ijker voor de gehele Meierij aangesteld toch werd er niet naar eenheid van maten en gewichten voor dat gebied gestreefd. Wanneer er dorpen waren met andere maten en gewichten dan in , ‘s-Hertogenbosch, Helmond of Eindhoven dan moesten de ijker als hij zitting hield de standaarden van het dorp ter hand worden gesteld en daarnaar moest hij dan de maten en gewichten van de dorpelingen ijken. Ontbraken er standaarden dan zouden de maten worden geijkt naar die van de hoofdplaats van het quartier waarin het dorp gelegen was. Ook in de Meierij werden oude rechten zorgvuldig ontzien zoals blijkt uit de slotbepaling van het reglement van 1681: 'Dat alle Steden ende Dorpen het ycken van onsen Yck-meester subject sullen zyn, ware deselve aen ons konden verthoonen by Privilegie gerechtight te zyn selfs een Yck-meester te mogen stellen'. Over die bepaling is heel wat te doen geweest en inderdaad werd van verscheidene dorpen het recht erkend om 'eenen particulieren door hen aangestelden Yck-meester te employeren'.

IJkmeesters
1649-1681     Lambert Slicher
1681-????      Arend van Eijbergen
1668-1715     Abraham van Rotterdam, Subsituut-ijkmeester
1715-1730     Gerard de Jong, van 1715 af substituut-ijkmeester, later ijkmeester-generaal
1730-1753     Adriaan Reijndert van Boekholt, benoemd 7 october 1730, ontslagen 5 maart 1753.
1753-????      Willem Boekholt
1766-            of omstreeks deze tijd Reijndert Adriaan van Boekholt
1771-1804     Mr. Willem Michiel Althuysen.

07. Overijssel
In het 'Reglement en Order op het Yken en Keuren van Ellen, Maaten en Gewigten in kleine Steden (Hasselt en Steenwijk daaronder mede begrepen) en ten platten lande van het voormalig Overyssel', van 13 maart 1804 wordt de ijk opgedragen aan de Drosten, Hoofdofficieren of Amptslieden. Herijk vond om de twee jaar plaats en zij moesten hun merk zowel als het jaar waarin de ijk geschiedde duidelijk aanbrengen. Zij zullen 'Geene andere Gewigten mogen yken dan die op een behoorlijk ordinairis formaat sijn gemaakt, hetsy van huisjes, kruk of hemgewigten en also geene kogels of andere stukken yser of lood met banden omtrokken, nog eenige losse ysere en loode stukken, groote, of kleine, gelyk meede niet eenige met soldeer of andervertinsel aangevulde gewigten, huisjes of andere losse stukken, welke geheelniet gebruikt moegen worden'.

08. Utrecht
In 1810 overleed Pieter Glasmaker, ijkmeester in de stad Utrecht en het grootste deel van het departement. In zijn plaats werden benoemd voor binnen de stad Hendrik Bruin (of Buyn) en voor buiten de stad Abraham Rutgers.

09. West-Friesland en het Noorderkwartier
  Jacob Soomer
Jacob Soomer, werd eind december 1662 benoemd tot  'yekmeester ter ofte justeermeester van den cleynen yck ofte Troys gewichte naer de slaper, berustende ter Camer van de Reeckeninge van Haer Ed. Gro. Mo Domeyen alleen in West Vrieslandend ende Noorderquartier'. Zijn ijkmerk: wapen van twee gaande leeuwen erboven 1663
links en rechts  J S.

10. Zeeland
Hier wordt 11 juni 1751 Jacob l'Admiraal beëdigd als 'ijkmeester of justeermeester-generaal van den kleinen Trooische Gewigte'.Hij moest ijken 'naar zoodanig een juist, en regtvaardig Troisch gewigt als hem van Raden en generaal-meesters ter handt gestelt zal worden,zullende hetzelve moeten ijn gejuisteert, naar den slaper onder Haar berustende, als overeenkomstig zijnde met den slaper, die bij de Heeren Gecommiteerde Raden van de Staten van Hollandt en Westfrieslandt is den Hage en bij de Heeren van onze Provinciale Rekenkamer hoer te Middelburg zeer zorgvuldig bewaart, en opgesloten blijft en zulx in gevolge de ordonnantie van de Heeren Staten Generaal der vereenigde Nederlanden van den 21 Maart 1606'.

Op het Rijksarchief in Zeeland berust een slaper van 4 pond troois in een fraaie palmhouten doos met het wapen van Zeeland (zie hieronder). Het gewicht is vervaardigd door Georg Mettman tussen 1651 en 1681 en draagt als ijkmerk het wapen van Zeeland. Er werd dus voor 1750 ook al voor de provincie geijkt en niet slechts voor de stad Middelburg.