IJk- en justeermeesters-generaal van het Troois gewicht in de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden

Het Troois gewicht werd niet alleen bij de Munt, maar daarnaast in de goud-, zilver- en geldhandel gebruikt. Het ging daarbij om kostbare materialen. Om die reden was goed, door de overheid georganiseerd, toezicht op de Trooise gewichten van het grootste belang.

IJk- en justeermeesters-generaal in de Zuidelijke Nederlanden
De officieel benoemde ijk- en justeermeester-generaal van de Zuidelijke Nederlanden gebruikte als goedkeuringsmerk een afbeelding van een vuurslag, ook vuurstaal, vuurijzer, staal, brandstaal, furison of het Bourgondische vuurstaal genoemd. In de praktijk werd dit merk heel divers vormgegeven


Het vuurslag

In de Zuidelijke Nederlanden probeerden meerdere vorsten, overigens zonder veel succes, het toezicht op het Troois gewicht door middel van incidentele ordonnanties te regelen. Keizer Maximiliaan van Oostenrijk (1459-1519), Philips de Schone (1478-1506) en Keizer Karel V (1500-1558) schreven het gebruik van het Troois gewicht aan goudsmeden en juweliers voor. Zij wezen standaarden aan waarnaar de gewichten dienden te worden gejusteerd en ze troffen al maatregelen met betrekking tot het toezicht op het Troois gewicht.
Pas op 19-08-1523 werd de in Antwerpen wonende Leonhard van de(r) Gheere (I) door keizer Karel V aangesteld tot ijk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht. Karel V verleende hem daarmee het privilege om ‘de Trooische gewichten naar de gewichten, liggende in de Kamer van Rekeningen te Brussel, voor zijne landen van herwaartsover (nos Pays d’en Bas = de Nederlanden) alleen te mogen ijken en teekenen, zonder dat zulks aan een ander vergund is’. Ook stond keizer Karel V alleen hem toe om de gewichten voor gewone weging, de Keulse gewichten, daar te mogen ‘justeren ende teekenen’.

IJk- en justeermeesters-generaal in de Noordelijke Nederlanden
Na de afscheiding van de opstandige Noordelijke Nederlanden van Spanje in 1585 werd bij het Muntplakkaat van Leicester d.d. 04-08-1586 het ambt van ijk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht over Holland en West-Friesland ingesteld. Voor de Noordelijke Nederlanden werd in dat plakkaat bepaald dat de ijkmeester de gewichten en balansen na justering moest ijken ‘met syn teecken dat hij daertoe sal gebruycken ende daer beneffens oock met een ander teecken van een Leeuwken’. 

Goedkeuringsmerk van de ijk- en jus­teermeester-generaal in de Noordelijke Nederlanden.

Volgens de instructie die de ijk- en justeermeester-generaal Jacob l’Admiral ontving, gedateerd 01-05-1750, moest hij op de gewichten zijn eigen teken en een leeuw met zeven pijlen afslaan. Op de ijkmerken van de ijkers l’Admiral, Le Cointe en de beide Nagels houdt de leeuw een zwaard en een pijlbundel in zijn klauwen. Die pijlbundel werd trouwens al eerder genoemd in het muntplakkaat van de Staten van Holland uit 1606. Daar werd als ijkmerk voorgeschreven ‘een ander teecken met een bos met pyltgens’.

De ijk- en justeermeester-generaal sloeg op de Trooise gewichten die hij had onder­zocht de volgende merktekens af:
Alleen de eerste keer zijn eigen particuliere merk.
Een Trooise of Franse lelie, daarmee onderscheidden de Trooise gewichten zich van de gewone handelsgewichten.

Standaardgewichten, waaraan hoge eisen werden gesteld, moesten elk jaar gecon­troleerd en zo nodig gejusteerd worden. Als goedkeuringsmerk werd in zowel de Zuidelijke als in de Noordelijke Nederlanden gebruik gemaakt van een jaartal of een jaarletter. De 16e eeuwse jaartallen werden gewoonlijk met alleen de laatste twee cijfers aangegeven. De in de Zuidelijke Nederlanden gebruikte jaarletters zijn nog nauwelijks bekend. De in de Noordelijke Nederlanden afgeslagen jaarletters zijn wel grotendeels bekend.

De Staten-Generaal en de Staten van Holland kondigden via verschillende munt­plakkaten maatregelen af over het toezicht op het Troois gewicht.

Vanaf 1586 tot 1814 werd in Holland en West-Friesland een bijna doorlopende reeks van ijk- en justeermeesters-generaal aangesteld. De Staten van Holland stelden normaliter de door de heren burgemeesters van de stad Amsterdam benoemde Amsterdamse stadsijker van het Troois gewicht als ijk- en justeermeester-generaal over het gehele gewest Holland en West-Friesland aan, dat meestal op aandringen van de Raden en Generaalmeesters van de Munt.

Om meer eenheid te waarborgen, werd alleen Jacob l’Admiral op 01-05-1750 door de Staten-Generaal aangesteld tot ‘Ykmeester of Justeermeester-Generaal van de kleine Yk- of Troische Gewigten over de Geheele Unie’, anders gezegd over de Zeven Provinciën.

Voordat de ijk- en justeermeesters-generaal in functie traden, werden ze verplicht om voor de Raden en Generaalmeesters van de Munt een proeve van bekwaamheid af te leggen. Tevens ontvingen ze een instructie, waarin ook het tarief van het ijkloon/hun salaris, waarop ze aanspraak mochten maken, was vastgesteld. Om een vacature in te vullen, moesten de Raden en Generaalmeesters van de Munt in veel gevallen druk op de Staten-Generaal uitoefenen. Een aantal keren was het ambt zelfs gedurende jaren vacant. In Amsterdam werd een openstaande vacature wel direct ingevuld. Daar ging het ijken van de Trooise gewichten gedurende de vacante ambtsperiode van de ijk- en justeermeester-generaal, zoals blijkt uit ononderbroken reeksen van jaarletters, gewoon door.

Vanaf 1814 tot 01-01-1820 werd er, zoals dat al met J. l’Admiral in 1750 was gebeurd, weer één ijk- en justeermeester-generaal benoemd voor het gehele gebied, destijds het Koninkrijk der Nederlanden. De functie van ijk- en justeermeester-generaal werd per 31-12-1819 opgeheven. Met de IJkwet d.d. 21-08-1816 (Staatsblad no. 34) werd per 01-01-1820 het Troois gewicht afgeschaft en het metrieke decimale stelsel ingevoerd.

Overzicht van de ijk- en justeermeesters-generaal in de Noordelijke Nederlanden
IJk- en justeermeesters-generaal over het gehele gewest Holland en West-Friesland

   1. Lenaert van de(r) Gheere (III), in functie 1586 tot vóór 1598 
           
2. Lenard/Lenaert van de(r) Gheere (IV), in functie 1604-1621
 

3. Gerrit G(h)eens/Gérard Guens (II), in functie 1621-1658  
              
4. Roelof van der Schure, in functie 1659-1660

5. Johannes Andries/Jannis Anderies Groengraft, in functie 1670-1700
 

6. Abraham Groengraft, in functie 1701-1745