Sijbren Sjoerd Mensonides (Bolsward 1892 – Sneek 1977).

Hij was de zoon van Jan Lieuwes Mensonides (1850-1926) en Antje Jelles Wijnia (1852-1912) en groeide op in Friesland waar hij goed bekend werd met de afgravingen van de terpen. In 1930 werd hij leraar Nederlands en geschiedenis en later directeur van de Rijks HBS in Warffum.2 In 1939 schreef hij een boekje over het Wilhelmus en in 1953 was hij redacteur van het eerste boerderijenboek in de provincie Groningen, dat van de Noorder afdeling.

In Friesland hield Mensonides zich al bezig met het verzamelen van terpoudheden. In Groningen ging hij daar mee door. Tot in de jaren dertig werd nog volop in wierden gegraven. Zowel het Fries als het Groninger Museum verzamelde vondsten uit deze afgravingen, maar ook voor particulieren was er nog alle kans om oudheden te verzamelen. De collectie Mensonides kent ruim 750 voorwerpen uit 32 Groninger en 35 Friese wierden, alsmede uit vier plaatsen in Drenthe en enkele Romeinse voorwerpen uit Valkenburg en Vechten.

Mensonides werd in 1942 bestuurslid van de Vereniging voor terpenonderzoek.
In 1954 stelde hij in Kubaard een eigen perceel van de terp beschikbaar voor een proefonderzoek onder leiding van Professor Van Giffen. De Vereniging voor Terpenonderzoek had daarvoor jaren in Valkenburg gegraven en wilde terug naar het eigenlijke onderzoek van terpen, en wel in Friesland. Voor de oorlog lag de nadruk op onderzoek in Groningen, nu wilde de 70-jarige Van Giffen nog graag in Friesland graven. De resultaten van Kubaard vielen wel wat tegen.

In 1955 werden meerdere voorwerpen, waaronder de vergulde knop uit Ezinge en twee alsengemmen, door Mensonides in bruikleen gegeven aan het Groninger Museum.
In 1957 publiceerde hij over de wierden in Winsum, een jaar later beschreef hij zijn Merovingische zwaardknop en in 1962 beschreef hij de wierden en vondsten uit de gemeente Loppersum.  Al deze publicaties waren geïllustreerd met afbeeldingen van voorwerpen uit zijn eigen verzameling.

In 1959 richtte Mensonides samen met J.H. Keijzer een studiegroep van de Vereniging voor Terpenonderzoek op. Jarenlang -tot het seizoen 1973/74- organiseerde deze studiegroep in de wintermaanden voordrachten, die doorgaans op het Biologisch Archaeologisch Instituut werden gehouden. Mensonides was voorzitter en grote gangmaker van deze studiegroep.

Mensonides bleef een verzamelaar. Met het stilleggen van de commerciële exploitatie van de wierden was een belangrijke bron van voorwerpen opgedroogd. Net als het Fries Museum en het Admiraliteitshuis in Dokkum kon Mensonides de verleiding niet weerstaan om via terpschipper Romke de Jong oudheden te kopen van been en zilver, die bij nadere beschouwing vals bleken te zijn.

In 1964 heeft de toenmalige conservator archeologie van het Groninger Museum, Drs. W.A. van Es, de gehele verzameling van Mensonides beschreven. De twee kaartenbakken bevinden zich nog altijd in de documentatie van het Groninger Museum.

In 1966 zegde Mensonides zijn bruikleen aan het Groninger Museum op. Een jaar later was er een ongelukkige affaire. Bij werkzaamheden aan de IJsbaan in Rasquert werd een vroegmiddeleeuwse grafurn gevonden die door Mensonides werd aangekocht. Pas later stelde hij de jonge conservatoren van het Groninger Museum in kennis van de vondst. Hierdoor was kostbare tijd voor waarnemingen verloren gegaan. Later werden toch nog enige andere vondsten door de archeologen veilig gesteld, maar het kwam de verhoudingen niet ten goede. Ondertussen was Mensonides vanaf 1959 ook in Warffum actief geworden voor het openluchtmuseum 'Het Hoogeland'. Hij was een van de grondleggers en de eerste conservator van het museum, dat in de loop van de jaren zestig en zeventig uitgroeide tot een prachtig museum over het Noord-Groninger dorpsleven van de late achttiende tot de vroege twintigste eeuw. Mensonides was ook voorzitter van de Culturele Raad Warffum en grondlegger van de manifestatie Op Roakeldais. Geen wonder dat zijn inzet voor de gemeenschap werd beloond met de onderscheiding Ridder in de orde van Oranje-Nassau.

Rond 1972 verhuisde hij naar een bejaardencentrum in Sneek waar hij in 1977 op de leeftijd van 84 jaar overleed. Mensonides werd begraven in Goëngarijp.

Hoewel Mensonides conservator Van Es had voorgehouden dat hij zijn verzameling zou nalaten aan het Groninger Museum bleek deze bij zijn dood grotendeels te zijn vermaakt aan museum Het Hoogeland. Hierbij was ook een handgreep van een walvisbenen weefzwaard uit Rasquert met een runeninscriptie. Een zeer bijzonder voorwerp want er zijn maar zeventien voorwerpen met dergelijke inscripties bekend.

Een aantal belangwekkende en kostbare vondsten, maar ook een ooit aangekocht krukgewicht van 2 MARK (geen bodemvondst) bleef nog lang in de familie. Een groot deel hiervan (waaronder het krukgewicht) werd in 2012 uit de nalatenschap van zijn dochter geveild. Hierbij waren twee alsengemmen, een deel van de zestiende eeuwse muntschat van Houwerzijl (Zoutkamp) en de nodige valse voorwerpen uit de zogenaamde Vikingschat van Winsum. Het Groninger Museum verwierf de Alsengemme van Lutje Saaksum. Het exemplaar uit Warffum werd door een particulier gekocht. De vergulde knop uit Ezinge was sinds 1993 door bemiddeling van Jan Zijlstra in bruikleen bij het Fries Museum, waar bekend was dat het Groninger Museum hem bij gelegenheid graag wilde verwerven. Het 2 MARK krukggewicht maakt nu deel uit van de collectie www.oudegewichtjes.nl Beschrijving van het gewicht en foto's klik hier

Bronnen: Vereniging voor Terpenonderzoek 1916-2016
VAN WIERDEN EN TERPEN - Nieuwsbrief nummer 21 - oktober 2016
R.J. Holtman